EEN PERVERS GESLACHT Rinke Nijburg     PDF-Printversie

Piėta -piėta“s v(m) (Ital.) (eig.) erbarming; voorstelling sinds de 14e eeuw van Maria, dragende het dode lichaam van Jezus op schoot. (Koenen)

Al een tijd liep ik rond met de gedachte De gitaarles van Balthus te gebruiken als uitgangspunt voor een piėta. Een vrouw houdt een jong meisje op schoot dat aan haar onderlijf geen kleren heeft. Haar geslacht ligt open en bloot op de schoot van de juf. Het windt me op. Het spijt me: ook ik ben een kind van de sadomasochistische revolutie.

De hele manier waarop het meisje in het schilderij van Balthus op de schoot van de juf ligt, deed me onwillekeurig denken aan de manier waarop de dode Jezus gedrapeerd ligt op de schoot van zijn moeder. Het geslachtofferde lichaam van het kind ligt met het hart naar boven als een weerloze, in de knop gebroken bloem op de schoot van het altaar, natuurlijk een vrouw. De onderrug van het kind rust op de bovenbenen van de juf, de rest, het bovenlichaam en de benen neigen naar de aarde. De rechterhand raakt de grond, net als de voeten. De ogen zijn gesloten.

Ik schrok me wild toen ik in een boek over Balthus een reproductie zag van een Franse piėta uit de vijftiende eeuw, afgebeeld naast Balthus“ gitaarles. Bingo!

Het meest verontrustende aan het schilderij van Balthus is niet het expliciet seksuele van de voorstelling. Wat het beeld pervers maakt is de expliciete verwijzing naar de dode Christus op de schoot van Moeder. Moet dan alles van waarde worden omgekeerd in zijn tegendeel voordat we het weer kunnen waarderen? Moet alles kapot omdat wij het anders niet kunnen begrijpen?

Waar Christus“ schaamte in het christendom altijd bedekt werd om de mens zijn laatste waardigheid niet te ontnemen, wil de tegenwoordige cultuur niets liever dan alle schaamte schaamteloos onthullen als zou de schaamte juist schaamteloos zijn. Het kind van Balthus is gekleed op alle plaatsen behalve haar geslacht, haar schaamte. Wat een zinloze omkering. Deze weer ongedaan maken.

Toen De gitaarles in 1934 voor het eerst werd tentoongesteld, bij Galerie Pierre in Parijs, hing het in een apart kamertje waar het door slechts enkelen werd gezien. Wij zouden zo'n beeld juist naar voren schuiven. Schaamte voorbij.

Balthus, wiens werk ik, net als dat van zijn broer Pierre Klossowski, mateloos bewonder, heeft het beeld van de piėta kennelijk doelbewust gebruikt om zijn gitaarles te maken. De etherische godheid en de zinnelijke lichamelijkheid liggen, precies zoals Bataille, Klossowski en, niet te vergeten, Reve beweren, gevaarlijk dicht bij elkaar. Of is dit niet gevaarlijk?

Waarom kijken wij eigenlijk liever naar schaduwen dan naar licht? Is het licht te licht? Is het donker niet te donker? Durven wij het meest geheime alleen nog maar te benaderen door het openbaar te maken? Zijn we dan minder bang?

Balthus profaniseerde de piėta niet zozeer, hij verkrachtte haar. Balthus mag het geslacht van het meisje uit De Gitaarles dan wel geopend op de schoot van de juf hebben gelegd, het heilige der heilige is niet ontvankelijk voor strelingen noch bestraffingen van Satan. Het kind is immers dood.

Maar als het meisje dood is, is Balthus anti-piėta dan wel een anti-piėta? Grijpt het kind wel naar de tit van juf, zoals ik steeds gedacht heb, of omklemt haar dode kinderhand slechts de blouse van juf en onthult het onrijpe kind onbedoeld de gezegende boezem? Ligt de machteloosheid van de juf niet hierin dat ze het kind onmogelijk kan liefkozen nu het niet meer aanwezig is? Aanwezig is slechts een dood lichaam.

Hoe nu een pervers seksueel beeld te heiligen?
Het moet mogelijk zijn om de piėta van Balthus weer te sacraliseren. Wel vraag ik mij af wat ik moet doen met het ongebruikte, of althans nauwelijks verstijfde geslacht van de Heer, dat zo centraal in de compositie is geplaatst. Een onderbroekje aantrekken?

We kunnen ons in de 21e eeuw de dingen nauwelijks nog anders voorstellen dan seksueel. Jezus moet Maria Magdalena hebben geneukt. Of althans de intentie hebben gehad, als we The last Tempation of Christ en andere fantasmagorieėn moeten geloven. Jezus moet zijn timmerende, nauwelijks potente vader Jozef hebben willen vermoorden om met Moeder Maria te kunnen trouwen.

Kunnen wij ons nog voorstellen dat Maria Magdalena zoveel van Jezus hield dat zij met Hem naar bed gaan te weinig vond om haar liefde uit te drukken?

Van Mahatma Gandhi wordt gezegd dat hij de seksualiteit, dat wil zeggen het seksuele verkeer met zijn vrouw en eventuele andere vrouwen, vaarwel heeft gezegd om zich volledig te kunnen wijden aan zijn hogere roeping. Wij kunnen dat onmogelijk geloven. Er is niets hogers. Mao Ze Dong neukte elke dag nieuwe meisjes van ongeveer veertien jaar. Chinese meisjes genoeg.

In het Groninger Museum zag ik het werk van Inez van Lamsweerde: afschuwelijke maar ook ijzingwekkend mooie foto“s van vooral vrouwen. Sommigen doen me denken aan de mooiste geverfde Madonna“s die ik ooit zag. Ik vraag me af hoe een piėta van haar eruit zou zien. Ik weet ook niet of de schilderkunst dat nog kan uitdrukken, wat Inez van Lamsweerde weergeeft aan allernieuwst wereldbeeld. Moet ik geen foto“s maken in plaats van schilderijen?

Ik zag een piėta van de Franse fotografe Bettina Rheims. Foto's van piėta's kunnen ook onbeholpen slecht zijn. Gelukkig zijn de schilders niet eenzaam.

Graag zou ik een piėta schilderen die de impact heeft van een Inez van Lamsweerde: een beeld dat me doet huiveren. Maar ik kan dat niet: mijn eigen werk doet me zelden huiveren.

Ik zou een piėta willen borduren zoals Michael Raedecker dat doet. Ik zou de wonden open willen rijten, er vers bloed uit laten stromen, voor een poosje, en er dan hechtingen in willen naaien, met naald en draad, zoals het hoort. Ik zou het doek willen besnijden met een afbreekmesje, precies zoals die gek de doeken van Barnett Newman in het Stedelijk Museum in Amsterdam te lijf ging met een scherp mesje, zoals Fontana, wiens werk ik nauwelijks begrijp, zijn eigen schilderijen verminkte door er gaten in te graven.

Ik zou graag voelen hoe het is om zelf Christus die wonden toe te dichten die de Romeinen hem toebrachten. Messcherp het canvas insnijden om te voelen hoe het is om een beeldschoon idee, een lichaam, te verminken, precies omdat alles van waarde weerloos is, zoals Lucebert zegt.

Alles van waarde is zinloos tenzij wij de zinloosheid zelf begrijpen. Zelf snijden aan gras. Zelf wonden toedienen en die vervolgens weer hechten. Wonden dichtnaaien om het bloeden te stelpen en littekens te voorkomen.

Niet meer ontbloten maar bedekken. Ziektes genezen, niet verwekken. Gitaarles geven aan levende meisjes, niet iets anders. Christus onschuldige lichaam bewenen, niet iets anders.

Uit Kastalia, nr. 6, 2002, Een pervers geslacht, pp. 4 - 9